Nieuwsbrief 17 |
© |
januari 2001 - 9e jaargang nr. 1 |
Een
biografie over Willem van den Hout?
Johan
van der Ploeg
Het verschijnen van het autobiografische werkje 'Toen ik een nieuw leven
ging beginnen...' leidde in 1979 tot een kleine opleving in de belangstelling
voor Willy van der Heide. Enkele dag- en weekbladen plaatsten recensies,
waaronder die van Martin van Amerongen in de NRC en Vrij Nederland.
Van Amerongen getuigde daarbij van zijn weerzin tegen de persoon van de
auteur ("een alcoholische brulaap") en tegen de megafoonstijl die
Willems geschriften kenmerken: "... brulde hij!", "Hij loeide:..." of "Zij
gilden ......
Jaren later schreef Van Amerongen in de Groene Amsterdammer
enkele graadjes milder over de man die in de jaren vijftig en zestig als
auteur van de Bob Evers serie wereldberoemd werd in Nederland. Dat was
in 1993; Willem van den Hout was toen al acht jaar dood en de eerste pogingen
tot herwaardering werden schoorvoetend gedaan. Van Amerongen recenseert
het boek Het verschijnsel Bob Evers, van de ons welbekende John
Beringen. Verder memoreert hij de Nieuwsbrief en het Bob Evers
Genootschap. Van Amerongen ziet echter nog steeds aanleiding tot kritiek,
nu niet meer op de auteur zelf, maar op zijn volgelingen - de fans zoals
hij ze noemt. De Nieuwsbrief vergelijkt hij met het denkbeeldige Willeke
Alberti Bulletin, het per definitie onbeduidende clubblad van een fanclub.
Daarmee zet hij de toon: fanclubs zijn immers altijd onkritisch, willen
niets weten van de zwakke momenten van hun idool en dichten hun voorwerp
van aanbidding bijkans goddelijke eigenschappen toe...
De auteur zelf is inmiddels door Van Amerongen van "alcoholische brulaap"
bevorderd tot het meer welwillende: "het niet onamusante prototype van
de hoofdstedelijke kroegtijger die precies vijftien minuten te verdragen
is". Over de opkomende Willem W. Watermankunde is hij minder te spreken:
"matig ontwikkeld". En dat is jammer, vindt hij, want hij besluit zijn
recensie met de constatering dat er "over de man, met zijn curieuze, wellicht
dubieuze, maar altijd avontuurlijke leven - want een character was bij
ongetwijfeld - een prachtige biografie te schrijven valt."
Gelukkig las ik dit stukje pas toen ik al enkele maanden aan de slag
was met het leggen van contacten en het verzamelen van gegevens over Wilhelmus
Henricus Maria van den Hout. Je gaat toch niet vóór de aanvang
van zo'n onafzienbare opgave uitroepen datje die "prachtige biografie"
wel even zal schrijven? Dat is de goden verzoeken... Toch bevestigde de
bijgestelde waardering van Van Amerongen mijn indruk dat juist de dubieuze,
controversiële figuren de grootste uitdaging voor een biograaf vormen.
Mijn besluit die intrigerende figuur met zijn martiale snor eens nauwkeuriger
onder de loep te nemen, ontstond langzamerhand. In 1997 ontdekte ik de
mailing-list BOB EVERS bij de Katholieke Universiteit van Leuven. Dat was
genieten! En wat wisten sommige lijstleden een ongelooflijke menigte details,
waarvan ik nooit had gehoord. Zo vernam ik pas toen dat de man in kwestie
Van den Hout heette en helemaal geen Van der Heide!
Na anderhalf jaar begon ik wat onrustig te worden. Nu moet ik eerst
bekennen dat ik professioneel belast ben, dat wil zeggen: ik ben historicus
en sinds twintig jaar werkzaam in het openbaar archiefwezen. Ik ben bekend
met de technieken van modern historisch onderzoek, word geacht te weten
hoe je efficiënt archiefonderzoek kunt doen, waar wat te vinden is
en beschik over een bruikbaar netwerk. Ik begon off-list wat mailtjes rond
te sturen aan enkele BEollebozen, met als algemene strekking: "Boys, over
dat en dat onderwerp moet echt wel meer te vinden zijn!" De boys stuurden
wel eens wat terug, met als algemene strekking "We zouden het heel leuk
vinden als je dat eens uitzocht!" Tsja, al gauw kun je dan niet meer terug
- eerlijk gezegd: wil je ook helemaal niet terug. Het wordt veel te spannend...
Hoewel ik mij Van Amerongens kritiek op de secundaire literatuur over
Van den Hout wel kan voorstellen, wil ik de Kleppe's, de Beringens en de
leden van het Genootschap toch een compliment maken. Hoe onvolkomen wellicht
uit professioneel opzicht, zij hebben niettemin als oprechte amateurs -
en dit woord betekent niets anders dan liefhebber! -, een hoeveelheid
materiaal verzameld dat als startpunt heel bruikbaar is. Dankbaar heb ik
me in de Kleppemap begraven, zorgvuldig heb ik de vier Beringen-pockets
bestudeerd, en met gepaste distantie heb ik de fictie van Meijsing en Joyce
& Co nageplozen.
Ondertussen heb ik diverse archiefbewaarplaatsen bezocht en nieuw en
aanvullend materiaal gevonden. Willems leven was dermate chaotisch, dat
er weinig hoop is op een substantiële schriftelijke nalatenschap;
de geruchten over een rigoureuze opruiming na zijn dood zijn zeer hardnekkig.
Dat ligt bij veel bekende auteurs wel anders. Zo heeft Frederik van Eeden
niet alleen een indrukwekkende serie dagboeken nagelaten, maar zijn er
ook duizenden brieven van en aan hem bewaard gebleven. De Van Eeden biografie
bestaat dan ook uit twee kloeke delen.
Uiteraard gaat de vergelijking met Van den Hout mank en niet alleen
ten aanzien van de beschikbare bronnen. Toch is de betrekkelijke schaarste
aan schriftelijke bronnen over Van den Hout één van de belangrijkste
handicaps. Een modern alternatief is het interview, dat - mits goed voorbereid
- ook veel gegevens kan opleveren, zij het dat de interviewer deze gegevens
goed moet checken; het geheugen is niet zonder meer een betrouwbare bron!
Probleem alleen is dat je tijdgenoten nodig hebt. In de loop der jaren
zijn al vele ooggetuigen overleden, de drie echtgenotes van Willem bijvoorbeeld.
Toch dient zich voorlopig nog een overdaad aan materiaal aan, zowel schriftelijk
als mondeling. In principe geef ik nu voorrang aan het interview, omdat
het vrijwel uitsluitend mensen op leeftijd betreft.
Ondanks deze hoopvolle woorden, behoud ik twijfels. Zal het mogelijk
blijken over alle episoden uit Willems leven voldoende materiaal te vinden?
En wat is eigenlijk voldoende? Zal ik in staat zijn een beeld van deze
complexe man én van zijn steeds wisselende omgeving te schetsen?
Hoe afgewogen moet dat beeld dan zijn? Zullen er Leitmotive te vinden
zijn, moet ik een beoordeling geven of spreken de feiten van zelf?
Ik doe dit werk naast mijn dagtaak - toen ik begon heb ik mezelf in
elk geval tien jaar de tijd gegeven. Nu ik een jaar bezig ben, vrees ik
soms dat die ruwe schatting wel eens te optimistisch kan zijn. Voor mijn
informanten - die uiteraard zeer geïnteresseerd zijn in het eindresultaat
- hoop ik dat het korter duurt; ik gun het hun van harte dat zij hun bijdrage
vereeuwigd zien in gedrukte vorm. Een bijdrage, die voor de geïnterviewden
vaak verdrietige omstandigheden uit het verleden oproept; laten we dat
niet vergeten! Willem van den Hout hield niet slechts van een lolletje,
maar was een hedonist in hart en nieren, die uiteindelijk altijd zijn volstrekt
eigen plan trok. Maar nu loop ik vooruit op de conclusies...
Tot slot: iedereen die denkt dat hij of zij over schriftelijke informatie
voor mijn onderzoek beschikt, of mij kan verwijzen naar personen die op
één of andere manier van belang kunnen zijn, wil ik graag
uitnodigen contact met mij op te nemen. Let wel op de etiquette: als je
iemand kent, neem dan eerst zelf contact met die persoon op en vraag of
het goed is dat ik mij daar meld. Het is beter dat ik bekend ben als ik
opbel!
J.C. (Johan) van der Ploeg, Amkemaheerd 264, 9736 BW Groningen, 050-5417461,
e-mail: waloekoe@castel.nl
© 2001 Hans en Ton Kleppe,
Jacoba van Heemskerckstraat 7, 3351 SP Papendrecht